Hart- en vaatziekten (CVRM) – behandeling

De huisartsenpraktijk
De centrale zorgverlener is meestal de praktijkondersteuner. Hij/zij is het aanspreekpunt voor u als patiënt en bespreekt de bevindingen met uw huisarts. In het kader van de CVRM-zorg berekent de praktijkondersteuner uw risico op het krijgen van hart- en vaatziekten aan de hand van o.a. uw leeftijd, geslacht, lengte en gewicht, wel of niet roken, bloeddruk en cholesterol. Bij een verhoogd risico bespreekt en beslist u als patiënt samen met de praktijkondersteuner of huisarts met welke maatregelen uw risico het beste verlaagd kan worden. Als het nodig is om medicijnen te gebruiken om de bloeddruk en/of cholesterol te verlagen schrijft de huisarts deze voor.

Diëtiste
Voor sommige mensen is het behalen van een gezond gewicht een probleem. In die gevallen kan de diëtist u begeleiden bij het aanpassen van uw voeding en/of voedingspatroon.

Fysiotherapeut
Het werken aan een goede conditie is erg belangrijk bij het verlagen van het risico op (of opnieuw krijgen van) hart- en vaatziekten. Tijdens de gesprekken met de praktijkondersteuner brengt hij/zij onder andere in kaart wat uw gewoontes zijn op het gebied van sport en bewegen (veel-weinig-nauwelijks). Zo nodig kan de huisarts u verwijzen naar een fysiotherapeut voor een beweegprogramma. Indien u hiervoor kiest, kunt u na een intake deelnemen aan een individuele training en/of een groepsprogramma. Het doel hiervan is het bereiken van een betere conditie.

Apotheker
Medicijnen moeten goed hun werk doen, het liefst met zo min mogelijk bijwerkingen en samengaan met (eventuele) andere medicijnen. De apotheker kan u daarbij ondersteunen met adviezen en uitleg.

Cardioloog/Internist/Neuroloog
De huisarts kan advies vragen aan de cardioloog, internist, neuroloog of andere specialist, bijvoorbeeld als een behandeling onvoldoende resultaat heeft. In specifieke situaties is een verwijzing naar de specialist nodig.

Bloedonderzoek/ECG/24-uurs bloeddrukmeting
Eenmaal per jaar wordt u opgeroepen voor bloedonderzoek. Zo wordt periodiek nagegaan of de behandeling effectief is. Soms is het nodig een ECG (hartfilmpje) of een 24-uurs bloeddrukmeting te verrichten. Deze onderzoeken vinden meestal plaats in de huisartsenpraktijk. In sommige situaties wordt u hiervoor verwezen naar het huisartsenlaboratorium (SALT) of het ziekenhuis.