Longfunctietest (Spirometrie)

Of u de longziekte COPD heeft, wordt onderzocht met een longfunctietest. Op een longfoto is dit niet te zien. Een kenmerk van COPD is dat uw longen minder goed werken. De werking van de longen (de longfunctie) is te meten met een longfunctietest. Daarmee wordt gemeten:

  • hoeveel lucht u maximaal kunt uitademen na rustig diep inademen. Dit zegt iets over de inhoud van uw longen.
  • hoeveel lucht u in 1 seconde kunt uitblazen. Dit zegt iets over de vernauwing van uw luchtwegen.

Aan uw longfunctie is te zien:

  • of u COPD heeft (of misschien een andere longaandoening zoals astma)
  • hoe erg de longafwijking is
  • welke medicijnen bij u waarschijnlijk werken

Voorbereiding op de longfunctietest
Als u medicijnen gebruikt die op uw luchtwegen werken dan is het verstandig contact op te nemen met uw huisartsenpraktijk. Afhankelijk van uw soort medicatie mag u deze 4 uur tot 48 uur voor de longfunctietest niet gebruiken. Overleg het stoppen van de medicatie altijd eerst met uw huisarts of praktijkondersteuner. Als u de luchtwegverwijder toch heeft gebruikt, is het belangrijk dat u dit vertelt voor het onderzoek begint.

Wanneer uw longfunctie eenmaal goed is getest, is het bij een volgende longfunctietest meestal niet meer nodig om vooraf met de medicijnen te stoppen.

Hoe gaat de longfunctietest?
Uw longfunctie wordt bepaald met een speciaal apparaat: een spirometer. De assistent(e) of praktijkondersteuner zegt precies wat u moet doen.

  • U krijgt een klem op uw neus.
  • U gaat rechtop zitten en sluit uw tanden en lippen om het mondstuk van het apparaat. U kunt hier gewoon door ademen.
  • De assistent vraagt u om diep in te ademen en dan zo hard en zo veel mogelijk uit te blazen.
  • Deze metingen worden minstens 3 keer gedaan om een betrouwbaar resultaat te krijgen.
  • Daarna krijgt u eventueel een medicijn (een luchtwegverwijder) om in te ademen. Zodra het middel is ingewerkt na 15 minuten, doet u de test nog een keer om de werking op uw longfunctie te meten.